EVOLUTIE EIGENDOM EN BESTUUR

De begijnen

Vanaf het ontstaan in 1234 was het Sint-Elisabeth Begijnhof te Gent eigendom van de gemeenschap van de begijnen.


De commissie van de burgerlijke godshuizen

Na de inlijving van onze contreien door de fransen in 1795 werden de Gentse begijnhoven eigendom van de Commissie der Burgerlijke Godshuizen. Door de politieke verwikkelingen moesten de begijnen hun Hof aan het Rabot verlaten in 1874.


De hertog

Als belangrijkste geldschieter voor de aankoop van de gronden en de bouw van een nieuw Groot Begijnhof te Sint-Amandsberg, werd hertog Engelbert van Arenberg er in 1874 de eigenaar van. Na de eerste wereldoorlog werden de Belgische bezittingen van de Duitse hertogen van Arenberg in beslag genomen en onder sekwester geplaatst.


De vzw

Na moeilijke onderhandelingen kon de in 1924 opgerichte vzw Begijnhof Sinte-Elisabeth te Sint-Amandsberg op 29 juli 1925 het Groot Begijnhof afkopen van de Belgische Staat.

In het begin van de 21ste eeuw werd de wetgeving rond de vzw’s grondig gewijzigd. Iedere vereniging moest haar statuten aanpassen.

De Buitengewone Algemene Vergadering van de vzw Begijnhof Sinte-Elisabeth te Sint-Amandsberg met verenigingsnummer 78/24 en ondernemingsnummer 0409.479.560, beraadslagend en beslissend overeenkomstig art. 8 van de wet van 27 juni 1921, en overeenkomstig haar statuten, heeft op 5 december 2005 beslist, het doel te wijzigen, bestuurders te (her)benoemen en bijkomende wijzigingen aan de statuten aan te brengen conform de vigerende bepalingen van de wet van 27 juni 1921 zoals gewijzigd door de wet van 2 mei 2002.

Het doel van de vereniging wordt nu als volgt omschreven:
Het religieus, cultureel en architecturaal patrimonium van het Begijnhof, zowel roerend als onroerend, dat erkend is als monument en waarvan de vereniging de eigenares is, te beheren, in stand te houden en te restaureren. Dit houdt in:
- binnen en volgens de gewoonten van het Begijnhof woningen te verhuren of ter beschikking te stellen van personen die 
   respect kunnen opbrengen voor de christelijke waarden van het Begijnhof;
- binnen en volgens de gewoonten van het Begijnhof lokalen te verhuren of ter beschikking te stellen van verenigingen
   van culturele, caritatieve of sociale aard in de lijn van de christelijke inspiratie van de vereniging;
- de materiële voorwaarden te waarborgen om de kerk en de kapel van het Begijnhof ten dienste te kunnen stellen van de
   katholieke eredienst en om pastorale zorg te kunnen verstrekken aan bewoners van het Begijnhof;
- de niet uitsluitend voor particulier gebruik verhuurde gebouwen, lokalen en plaatsen, wegen, pleinen en plantsoenen als
   open monument permanent toegankelijk te maken en hiertoe een actieve publiekswerking en -begeleiding te
   organiseren.


Er was nagedacht over de rol die het Begijnhof kon spelen in de maatschappij van de 21ste eeuw en over de beste manier om het voortbestaan van het Hof te verzekeren.

Sinds zijn oorsprong werd het Begijnhof geleid door een Grootjuffrouw die woonde in het Groothuis. 

Traditiegetrouw was de Grootjuffrouw ondervoorzitster van de raad van bestuur. De overige leden waren begijnen en paters dominicanen. De Grootjuffrouw was de eindverantwoordelijke voor het dagelijks bestuur van het Hof. Ze regelde het dagelijks leven in het Hof en zag nauwlettend toe op de levenswandel van de begijnen. Het kwam haar toe eventuele berispingen en straffen uit te spreken. Ze regelde ook de eigendommen en financiën van het Hof. De directeur, een dominicaan, hielp haar hierbij.De conventen, gemeenschapshuizen voor een dertigtal begijnen werden geleid door een conventoverste. Het aanstellen van een nieuwe Grootjuffrouw behoorde tot de privileges van de conventoversten, die iemand uit hun midden kozen.Het bestuur functioneerde als volgt:

Ieder Begijnhof is onafhankelijk van welk ander ook. Het Groot Begijnhof van St.-Amandsberg – zoals derhalve in elk bisdom de meeste geestelijke inrichtingen – staat onder het gezag van Z.D.H. de Bisschop. Binnen het Hof is er een plaatselijk bestuur dat berust in handen van de Grootjuffer. Deze wordt gekozen door de Juffers of Oversten der veertien Conventen van het Hof. Bekleed met de waardigheid van Algemeen Bestuurster, heeft Grootjuffer een belangrijke zending te vervullen: de grootste waakzaamheid moet zij uitoefenen over de levenswijze van al wie het Hof bewoont; de regeltucht moet zij handhaven. Daarbij heeft zij ook heel het stoffelijk bestuur in handen. Bij die zware taak vol verantwoordelijkheid wordt Grootjuffer geholpen door de “Juffers van State”. Zo heet de Raad van het Hof; hij bestaat uit drie Begijntjes, welke Grootjuffer zelf kiest onder die medezusters welke uitmunten door voorbeeldig leven en ondervindingrijke bekwaamheid. Het Hof bevat, buiten de huizen ten getale van tachtig, veertien Conventen. Voor ieder Convent wordt de Overste door de conventuele gemeente gekozen en, na kerkelijke goedkeuring, aangesteld. De Conventen met hun oversten blijven steeds aan het gezag van Grootjuffer en haar Raad onderworpen. In het Hof wordt het geestelijk werk of zielbestuur waargenomen, natuurlijk door priesters; deze zijn sinds de stichting van het Hof, de paters Dominicanen. Gedurende 76 jaar ( van 30 november 1847 tot 11 februari 1924) was ook een priester van het bisdom Gent, als onderpastoor werkzaam op het Hof.Naar het einde van de vorige eeuw toe waren er alsmaar minder begijnen en dominicanen.

 

Vanaf de jaren 90 werden noodzakelijkerwijze ook leken bestuurslid. De laatste Grootjuffrouw, Josepha Goethals, trok zich eind 2002 terug in een home; ze had de functie uitgeoefend sinds 1962. Daarmee verliet de laatste begijn het Hof.De bestuurders beslisten toen om een leek tot directeur van het Begijnhof te benoemen. Hij moest de beleidslijnen die zij zouden uitzetten, in de praktijk toepassen en erop toezien dat de statuten van de vereniging gerespecteerd werden.

 

Het Groothuis is vandaag niet meer residentieel maar blijft het administratief en bestuurlijk centrum van het Begijnhof.Daar komt de raad van bestuur samen en wordt jaarlijks de algemene vergadering gehouden. Het beleid wordt er bepaald en de toepassing ervan gecontroleerd. De directeur voert het beleid uit. Hij houdt samen met zijn medewerkers, kantoor in datzelfde Groothuis.